He lieve mensen,
We dachten dat elke maand in ieder geval een verhaal wel een mooi streven zou zijn. Maar pfoe, wat te vertellen, en waar te beginnen, het is een lastig karwei. Zo hebben we een prachtroute gevolgd naar de stad Iringa. Om deze stad te bereiken moesten we een stukje liften, omdat de route dwars door een nationaal park liep. De verkeerspolitie langs de weg vond het toch niet zo'n heel goed idee dat we met onze fietsjes langs de leeuwen en olifanten zouden kachelen en hield ons staande. Een probleem? Welnee, de twee agenten hielden gewoon elke auto aan die in ieder geval twee personen en twee fietsen kon dragen. En zo werden we bovenop een open pepsi truck gegooid met honderden lege kratten, een rek om je vast te houden, en vier andere passagiers. Het was leuk om te zien dat de Tanzaniaanse jongens op de truck net zo verrukt waren om de olifanten, impala's, giraffen etc. te zien als de twee "wazungu's". Natuurlijk stapten we direct na het park weer braaf op onze fietsen.
Het fietsen gaat overigens erg goed langs de hoofdwegen. Al moeten we wel de ongeschreven verkeerregels goed in acht nemen. Deze zijn:
- Als een auto/bus/vrachtwagen van achteren heel hard claxoneert is er eigenlijk weinig aan de hand. Het is vaak een aardig bedoelde begroeting. Niets meer, niets minder.
- Als een auto/bus/vrachtwagen van achteren nog harder claxoneert kun je maar beter opzij gaan (hou 'm links!), want dat betekent dat hij je rakelings voorbij zal zoefen.
- Als een auto/bus/vrachtwagen van voren komt en op jouw weghelft rijdt en claxoneert, kun je maar beter in de berm gaan rijden en in je eigen taal een vloek uitroepen.
- Als je een harde kinderstem hoort die WAZUNGU!!! uitschreeuwt, lach dan vriendelijk in de richting van die kreet, dat is beleefd. Overigens kan Joelle deze kreten wonderbaarlijk goed imiteren (vraag 't maar eens als we terug zijn).
- Verder op kruispunten en afslagen hebben grote bussen voorrang op dala dala's, (propvolle minubusjes) dala dala's weer op auto's, auto's op fietsers, en fietsers weer op voetgangers. Helder toch?
Kortom de hoofdwegen zijn prima te befietsen! Helaas, zijn er maar grofweg twee hoofdwegen in dit prachtland. Eentje dwars in zuid-westelijke richting, de ander in noordelijke richting Arusha en Kenya. Om de centraal gelegen hoofdstad (Dodoma) te bereiken moesten we weer gaan hobbelen op een rough road. Zeg maar stuiteren, wat de keien op de weg zijn niet te missen. Om deze reden gaat bergop rijden dan ook vaak sneller dan bergaf. Reden genoeg voor ons om weer om een lift te vragen - en dat hebben we geweten. De ene keer belandden we op een truck met kei harde planken. We hebben ervaren dat de combinatie: zadelpijn + harde planken + stuiterweg niet echt ideaal is. De andere lift daarentegen zaten we heel comfortabel in een vodacom auto, met een pracht-vent: Jonathan. Hij moest nog wel even langs een telefoonmast boven op de hoogste berg van de omgeving, maar we konden mee! Uiteindelijk leverde dit een prachtuitzicht op, een gezellige avond met te veel bier, en natuurlijk een familiebezoek.
En tja, dit is dan slechts een schijntje van wat we hier allemaal meemaken. De verhalen over baba's, ochtendansjes, rare gidsen, busmaatschappijen, overland campings, bewolkte bergen, stroomvoorzieningen, veeartsen, stofwolken, uilen en masaai herders vertellen we graag een andere keer!
Kwaheri!
Joor & Joel
Joor en Joel fietsen een heleboel
Alles begon bijna vier jaar geleden in een rommelig studentenkamertje; 'laten we samen naar Afrika gaan', zei de een. 'Jaah, zullen we dat dan op de fiets doen?', zei de ander. 'Maar waar naar toe dan?' zei de een weer. Tja, dat wordt dan Timboektoe, dachten ze samen. En dat was het begin van een bijzonder plan...
zaterdag 23 juli 2011
zondag 3 juli 2011
We hadden het niet verwacht!
Tanzania, ja, we hadden het niet verwacht, dat we toen we het vliegtuig uitstapten meteen klam zouden worden van de vochtigheid. En dat we de fietsen in de doos op het dak van een personenauto, door de raampjes vast moesten houden op weg naar het hotel. Waar Joelle al meteen het sifon van het fonteintje sloopte. En ook niet dat ze hier geen wc-papier gebruiken, en het dus ook nergens te koop is, en we nu heel vaardig met water zijn geworden. En bij wijze van douche gebruiken we meestal een emmertje slootwater. Wat een avontuur!
De dag na aankomst sprongen we meteen op de fiets. In het vliegtuig hadden we met de kaart in de hand besloten eerst naar het dunbevolkte zuiden van Tanzania te gaan, want dat is zo lekker 'puur'. En zo was het! Vanaf het vliegveld waren we de stad zo uit, en binnen 30 kilometer zaten we in wat je noemt het 'echte' Afrika. Zo aan de kust werd het landschap bepaald door tropisch woud, en de apen huppelden dan ook lustig over de weg. Zo nu en dan passeerden we wat dorpjes, bestaande uit een handjevol lemen hutten en heel veel kleurige mensen.
Gelukkig zijn we ook nergens de enige fietsers op de weg, sterker nog, bijna iedereen die het zich kan perrimiteren heeft een degelijke fiets! Maar dat maakt ons niet minder een bezienswaardigheid. De reacties varieren van meestal erg vriendelijk groeten; Yambo! (Hallo!) Mambo? (Hoe gaat het?) Poa! (Dit betekent letterlijk ' fris', dus goed), maar soms worden we ook heel hard uitgelachen, tja, en dat snappen we wel, want wie fietst er nu voor de lol kilometers over stoffige wegen.
Slapen doen we vooral in guestihouses (bed, meestal een klamboe, emmer water, gat in de grond), wat vaak leuke ontmoetingen betekent, zeker wanneer we mensen tegenkomen die wat engels spreken (de officiele taal is Kiswahili, en dat spreken we nog even niet). Wat (vooral Joris) niet had verwacht was dat er in de dorpjes ook niet veel meer te eten was dan cassave, rijst met bonen, maismeel met bonen en pannenkoekachtigedeegdingen met bonen en ei. En als reactie daarop moet Joelle regelmatig het verlangen naar het hele scala aan luxe voedingsmiddelen rigoreus de grond in boren; deze mensen zijn pas echt zielig, die eten nooit iets anders!
Kortom, de eerste dagen fietsen waren meteen een diepe duik in het echte afrikaanse dorpsleven, wat wel even wennen was, maar vooral ontzettend bijzonder.
We hadden het niet verwacht, maar gelukkig hebben we ook al hele spannende dingen meegemaakt tijdens ons avontuur: Op weg naar het dunbevolkte zuiden werd de ongeasfalteerde weg op de kaart een track van 60 km. Maar omdat iedereen die we vertelden dat we via die weg naar het zuiden wilden fietsen gewoon begrijpelijk reageerde, dachten we dat deze track dus best fiets-geschikt zou zijn. En wie weet was ie dat ook wel voor hele dappere doorgewinterde fietsafrikanen.. De track begon al goed met een heel smal pad en een hoop los zand, waardoor we om de zoveel meter van de fiets moesten stappen en de fiets door het zand moesten duwen. Na een kilometer of vijf op de track-weg was er geen mens meer te bekennen, behalve twee fietsende jongens die het duidelijk leuk vonden om ons te vergezellen. Gevieren fietsen we zo een heel stuk door de bush, terwijl het pad steeds onbegaanbaarder werd met een hoop zijwegen en shortcuts die zij op hun duimpje bleken te kennen. Na een tijdje zwoegen kwamen we bij een kruising, de jongen wezen; alsmaar rechtedoor, en sloegen af... Joris en ik keken elkaar aan, keken om ons heen, zagen alleen maar bomen, zijwegen, zand en dachten aan de weg terug die we al niet meer zouden kunnen vinden en dachten aan de komende 50 km en begonnen alsof ons leven ervan afhing te schreeuwen en het pad van de twee jongens in te fietsen. Zo ontzettend gelukkig hoorden ze ons en draaiden om. Toen moesten we in ons beste hand en voetenwerk uit zien te leggen dat we nooit van ons leven de weg zouden kunnen vinden en dat we ze gouden bergen zouden betalen als ze ons over de trail naar het eerste dorp 50 km verder zouden loodsen. Met het woord 'escorti' was alles duidelijk en de deal gemaakt, we kregen godzijdank hulp! Een hele lange bange dag volgde, waarin we de fietsen meer duwend dat wat anders door het mulle zandpadje moesten zien te loodsen, over olifantenpoep, leeuwensporen, met veel te weinig water en voedsel voor vier personen en met de gemene en gevaarlijke tsee-steevliegen almaar stekend in ons achterwerk! Tegen de schemering bereikten we het dorp en vonden we een schitterend kamp aan de rivier waar we ons tentje op konden zetten. De jongens hebben we enorm bedankt, en ook zij zijn blij naar huis gefietst, ik wil het niet weten maar volgens mij diezelfde avond nog.
De volgende dag moesten we nog een klein stukje fiets-duwen naar Mloke, waar we aan het de poort van het grootste gamereserve van afrika zouden komen; Selous Park, met de afmetingen van Zwitserland. Daar hebben we drie dagen als god in Afrika geslapen, lol gemaakt met de liefste manager van het land, geschaakt, gegeten, nijlpaarden, apen, slagen en krokodillen gespot (dat allemaal zonder het park in te gaan want dat vonden we bij nader inzien een beetje te duur). En we zijn 's nachts ook nog even bezocht door een mamaolifant en baby, die gezellig langs het kamp kwamen lopen.
Na ons avontuur hebben we besloten om geen trails meer te fietsen, sterker nog, we doen nu alleen nog maar de hoofdwegen. Dat betekende dus ook dat we eerst weer terug naar Dar es Salaam moesten voor poging twee over de hoofdweg.
We hadden het niet verwacht, maar we waren net weer een paar dagen lekker aan het fietsen over de hoofdweg, lekker snel, lekker asfalt, toen Joris 's nachts in ons tentje langs de weg (wegrestaurant Park & Rest, we hadden het al kunnen weten...) opeens heel hoge koorts kreeg. Toen we dit 's morgens aan de baas vertelden leek het hem wel een goed idee om bij de apotheek even te testen of het misschien malaria zou zijn. En, terwijl we er redelijk van overtuigd waren dat het ofwel de bijwerkingen van de anti-tabletten zou zijn, of anders wel een buikparasiet, was het raak; twee malariaparasieten in een duppel vingerbloed. Enorm balen, want nu was de zieke Joor zielig, en voor zeker zes dagen ziek en gevloerd, en nu is ie ook nog eens erg mager!
Gelukkig fietsen we nu weer, vandaag zelfs weer 50 kilometer en dat is voor onze geplande route meer dan de minimaal vereiste 40 kilometer daggemiddelde. We zijn nu in een stadje genaamd Morogorro (waar internet is!), en kijken tegen een erg Zwitsers aandoende berg aan. Kortom het is hier mooi, en we genieten.
We hadden het niet verwacht. Dat Tanzania in sommige gebieden zo ontzettend ruraal zou zijn, of misschien moet je wel onontwikkeld zeggen, we hadden niet verwacht dat kleine wegen op de kaart zo onbegaanbaar zouden zijn, we hadden niet verwacht dat de mensen zo ontzettend gastvrij en lief zouden zijn, en we hadden niet verwacht dat een van ons al zo snel ziek zou worden. Je kunt al deze dingen van te voren wel bedenken, en sommige dingen hadden we ook al wel bedacht, ergens in ons achterhoofd, maar dan nog, als je het allemaal al weet, hoef je niet op reis, op de fiets door een heel groot en vreemd land. Dat hadden we wel bedacht!
We fietsen hier nog even door en denken aan al het goede thuis!
Liefs van Joris en Joelle
De dag na aankomst sprongen we meteen op de fiets. In het vliegtuig hadden we met de kaart in de hand besloten eerst naar het dunbevolkte zuiden van Tanzania te gaan, want dat is zo lekker 'puur'. En zo was het! Vanaf het vliegveld waren we de stad zo uit, en binnen 30 kilometer zaten we in wat je noemt het 'echte' Afrika. Zo aan de kust werd het landschap bepaald door tropisch woud, en de apen huppelden dan ook lustig over de weg. Zo nu en dan passeerden we wat dorpjes, bestaande uit een handjevol lemen hutten en heel veel kleurige mensen.
Gelukkig zijn we ook nergens de enige fietsers op de weg, sterker nog, bijna iedereen die het zich kan perrimiteren heeft een degelijke fiets! Maar dat maakt ons niet minder een bezienswaardigheid. De reacties varieren van meestal erg vriendelijk groeten; Yambo! (Hallo!) Mambo? (Hoe gaat het?) Poa! (Dit betekent letterlijk ' fris', dus goed), maar soms worden we ook heel hard uitgelachen, tja, en dat snappen we wel, want wie fietst er nu voor de lol kilometers over stoffige wegen.
Slapen doen we vooral in guestihouses (bed, meestal een klamboe, emmer water, gat in de grond), wat vaak leuke ontmoetingen betekent, zeker wanneer we mensen tegenkomen die wat engels spreken (de officiele taal is Kiswahili, en dat spreken we nog even niet). Wat (vooral Joris) niet had verwacht was dat er in de dorpjes ook niet veel meer te eten was dan cassave, rijst met bonen, maismeel met bonen en pannenkoekachtigedeegdingen met bonen en ei. En als reactie daarop moet Joelle regelmatig het verlangen naar het hele scala aan luxe voedingsmiddelen rigoreus de grond in boren; deze mensen zijn pas echt zielig, die eten nooit iets anders!
Kortom, de eerste dagen fietsen waren meteen een diepe duik in het echte afrikaanse dorpsleven, wat wel even wennen was, maar vooral ontzettend bijzonder.
We hadden het niet verwacht, maar gelukkig hebben we ook al hele spannende dingen meegemaakt tijdens ons avontuur: Op weg naar het dunbevolkte zuiden werd de ongeasfalteerde weg op de kaart een track van 60 km. Maar omdat iedereen die we vertelden dat we via die weg naar het zuiden wilden fietsen gewoon begrijpelijk reageerde, dachten we dat deze track dus best fiets-geschikt zou zijn. En wie weet was ie dat ook wel voor hele dappere doorgewinterde fietsafrikanen.. De track begon al goed met een heel smal pad en een hoop los zand, waardoor we om de zoveel meter van de fiets moesten stappen en de fiets door het zand moesten duwen. Na een kilometer of vijf op de track-weg was er geen mens meer te bekennen, behalve twee fietsende jongens die het duidelijk leuk vonden om ons te vergezellen. Gevieren fietsen we zo een heel stuk door de bush, terwijl het pad steeds onbegaanbaarder werd met een hoop zijwegen en shortcuts die zij op hun duimpje bleken te kennen. Na een tijdje zwoegen kwamen we bij een kruising, de jongen wezen; alsmaar rechtedoor, en sloegen af... Joris en ik keken elkaar aan, keken om ons heen, zagen alleen maar bomen, zijwegen, zand en dachten aan de weg terug die we al niet meer zouden kunnen vinden en dachten aan de komende 50 km en begonnen alsof ons leven ervan afhing te schreeuwen en het pad van de twee jongens in te fietsen. Zo ontzettend gelukkig hoorden ze ons en draaiden om. Toen moesten we in ons beste hand en voetenwerk uit zien te leggen dat we nooit van ons leven de weg zouden kunnen vinden en dat we ze gouden bergen zouden betalen als ze ons over de trail naar het eerste dorp 50 km verder zouden loodsen. Met het woord 'escorti' was alles duidelijk en de deal gemaakt, we kregen godzijdank hulp! Een hele lange bange dag volgde, waarin we de fietsen meer duwend dat wat anders door het mulle zandpadje moesten zien te loodsen, over olifantenpoep, leeuwensporen, met veel te weinig water en voedsel voor vier personen en met de gemene en gevaarlijke tsee-steevliegen almaar stekend in ons achterwerk! Tegen de schemering bereikten we het dorp en vonden we een schitterend kamp aan de rivier waar we ons tentje op konden zetten. De jongens hebben we enorm bedankt, en ook zij zijn blij naar huis gefietst, ik wil het niet weten maar volgens mij diezelfde avond nog.
De volgende dag moesten we nog een klein stukje fiets-duwen naar Mloke, waar we aan het de poort van het grootste gamereserve van afrika zouden komen; Selous Park, met de afmetingen van Zwitserland. Daar hebben we drie dagen als god in Afrika geslapen, lol gemaakt met de liefste manager van het land, geschaakt, gegeten, nijlpaarden, apen, slagen en krokodillen gespot (dat allemaal zonder het park in te gaan want dat vonden we bij nader inzien een beetje te duur). En we zijn 's nachts ook nog even bezocht door een mamaolifant en baby, die gezellig langs het kamp kwamen lopen.
Na ons avontuur hebben we besloten om geen trails meer te fietsen, sterker nog, we doen nu alleen nog maar de hoofdwegen. Dat betekende dus ook dat we eerst weer terug naar Dar es Salaam moesten voor poging twee over de hoofdweg.
We hadden het niet verwacht, maar we waren net weer een paar dagen lekker aan het fietsen over de hoofdweg, lekker snel, lekker asfalt, toen Joris 's nachts in ons tentje langs de weg (wegrestaurant Park & Rest, we hadden het al kunnen weten...) opeens heel hoge koorts kreeg. Toen we dit 's morgens aan de baas vertelden leek het hem wel een goed idee om bij de apotheek even te testen of het misschien malaria zou zijn. En, terwijl we er redelijk van overtuigd waren dat het ofwel de bijwerkingen van de anti-tabletten zou zijn, of anders wel een buikparasiet, was het raak; twee malariaparasieten in een duppel vingerbloed. Enorm balen, want nu was de zieke Joor zielig, en voor zeker zes dagen ziek en gevloerd, en nu is ie ook nog eens erg mager!
Gelukkig fietsen we nu weer, vandaag zelfs weer 50 kilometer en dat is voor onze geplande route meer dan de minimaal vereiste 40 kilometer daggemiddelde. We zijn nu in een stadje genaamd Morogorro (waar internet is!), en kijken tegen een erg Zwitsers aandoende berg aan. Kortom het is hier mooi, en we genieten.
We hadden het niet verwacht. Dat Tanzania in sommige gebieden zo ontzettend ruraal zou zijn, of misschien moet je wel onontwikkeld zeggen, we hadden niet verwacht dat kleine wegen op de kaart zo onbegaanbaar zouden zijn, we hadden niet verwacht dat de mensen zo ontzettend gastvrij en lief zouden zijn, en we hadden niet verwacht dat een van ons al zo snel ziek zou worden. Je kunt al deze dingen van te voren wel bedenken, en sommige dingen hadden we ook al wel bedacht, ergens in ons achterhoofd, maar dan nog, als je het allemaal al weet, hoef je niet op reis, op de fiets door een heel groot en vreemd land. Dat hadden we wel bedacht!
We fietsen hier nog even door en denken aan al het goede thuis!
Liefs van Joris en Joelle
woensdag 8 juni 2011
Hoe vakantie een reis werd.
Lieve mensen!
Het is al lang tijd voor een verhaal, maar door alle gebeurtenissen zijn we er niet aan toegekomen er eerder een te schrijven. Maar nu eindelijk dan toch.
Het verhaal begint bij Spanje, wat gekreukeld is als een ongestreken tafelkleed. Nadat we de pyreneeën waren overgeklommen werden we geconfronteerd met nog heel veel meer bergen en erg, erg warm weer.
Ook ons geliefde routeboekje liet ons een beetje in de steek doordat de wegen waarlangs we in noord-Spanje fietsten veel weg hadden van een snelweg, wat bij Joëlle tot leidde tot een hyperventilatieaanval op de vluchtstrook. Kortom we hadden het best een beetje zwaar, en na enkele dagen ploeteren en afzien zeiden we tegen elkaar; ´dit is wel het punt waarop de vakantie een reis is geworden´.
Gelukkig werd het na een week in Spanje voor spaanse begrippen ´frigo´, de wegen vanaf Manresa rustig en de landschappen schitterend. De dorpen waar we langskomen zijn middeleeuws en lijken allemaal op een grote puist doodat er een hele hoop kleine huisjes op een puntige berg in het landschap gebouwd zijn. Winkeltjes vinden we achter duistere vliegengordijnen en campings zijn er nauwelijks, waardoor we ook al een aantal keer een lux bedje hebben beslapen.
Gisterenavond, twee weken laten zeiden we weer, ´nu is de reis echt een reis´, maar nu om weer andere redenen, die een beetje uitleg nodig hebben:
Omdat we kennis hebben mogen maken met de allesverstikkende Spaanse hitte en de uitdaging van fietsen in een droog en leeg landschap waren we toch wel wat aan het twijfelen geslagen over de bergen in Marokko en de lange droge kustweg in Mauritanië. Daarbij stonden de Franse kranten iedere dag vol met berichten over de politiek gespannen situatie in de Sahelregio. Al met al vonden we dat we niet de goden moesten verzoeken en dat het tijd werd voor het opstellen van een plan B.
Na enig getuur op de landkaart wisten we het; we gaan naar Kameroen en Gabon, de pareltjes van Afrika. Briljant plan, ookal zou het een beetje regentijd zijn, en was het wegennet een beetje beperkt, we zouden deze tropische wildernis wel eens even temmen. Dus hup een ticket geboekt, de fietsen achtergelaten op een camping op het platteland en op naar de ambassade in Madrid voor een visum.
En nu zijn we dus in Madrid, en een paar illusies armer maar een paar lessen rijker. Nadat we een correcte outfit bij de vertrouwde H&M hadden gescoord togen we met ticket, paspoorten, hotelbooking, lonelyplanets en goede moed naar de ambassade van Kameroen. We hadden al opgebeld en gevraagd of we als Nederlanders in Spanje een visum konden krijgen en dat zou niet echt een probleem moeten zijn, ook bij de ambassade in Nederland gaven ze visa af aan niet-Nederlanders. Maar nadat we ons verhaal aan het mannetje achter het loketje vijf keer hadden gedaan konden we hoog en laag springen, maar het visum kregen we niet. De enige optie die we hadden was om naar Nederland te vliegen, iets wat echt enorm tegen ons gevoel inging en bovendien ook nog enorm duur was, of de paspoorten opsturen voor een stempelje, maar dan zouden we, net zoals veel Afrikanen in Spanje, ´sans papier´ zijn, en dat leek ons toch niet echt een goed idee. De conclusie was dus dat we in het kantoor van de ambassade al tegen een harde landsgrens aanliepen nog voor we ook maar een landsgrens van Afrika gezien hadden, al was deze grens misschien vooral het resultaat van de Kameroenese bureacratie waar we door de lonelyplanet al voor gewaarschuwd waren. Balen, wast of money voor het annuleren van ons ticket. Maar wel leerzaam; ookal maak je plannen voor je reis, er zijn zoveel verschillende factoren die je route doen veranderen. En ookal wil je vanalles, niet alles is realiseerbaar, ookal zijn we jong, hebben we geld en komen we uit de EU. Transit in Madrid, we weten nu ook een beetje hoe vervreemdend dat voelt.
Maar het ontwikkelingsplatform stond natuurlijk niet lang stil en laat zich niet zomaar uit het veld slaan, dus na wat goedkope wijn hebben we gisteravond plan C bedacht. En nu, in het internetcafé hebben we maar weer een ticket geboekt, op hoop van zegen, en dit keer naar Tanzania, ook mooi, geen regentijd, veel meer wegen en slaapgelegenheden en eten, veel minder duur dan Gabon, veel minder gevaarlijke junglebeesten en slangen, wel leeuwen, en wat misschien het allerbelangrijkste is, visum te koop bij aankomst op het vliegveld.
Dus dadelijk de hard gezochtte lonelyplanets maar weer omruilen, de fietsen weer ophalen bij de camping in Cuenca, terug naar Madrid, en dan de 13e in het vliegtuig op naar Amsterdam (grapje, alleen voor een uurtje dus jullie mogen komen zwaaien), en op naar Tanzania!
Het is al lang tijd voor een verhaal, maar door alle gebeurtenissen zijn we er niet aan toegekomen er eerder een te schrijven. Maar nu eindelijk dan toch.
Het verhaal begint bij Spanje, wat gekreukeld is als een ongestreken tafelkleed. Nadat we de pyreneeën waren overgeklommen werden we geconfronteerd met nog heel veel meer bergen en erg, erg warm weer.
Ook ons geliefde routeboekje liet ons een beetje in de steek doordat de wegen waarlangs we in noord-Spanje fietsten veel weg hadden van een snelweg, wat bij Joëlle tot leidde tot een hyperventilatieaanval op de vluchtstrook. Kortom we hadden het best een beetje zwaar, en na enkele dagen ploeteren en afzien zeiden we tegen elkaar; ´dit is wel het punt waarop de vakantie een reis is geworden´.
Gelukkig werd het na een week in Spanje voor spaanse begrippen ´frigo´, de wegen vanaf Manresa rustig en de landschappen schitterend. De dorpen waar we langskomen zijn middeleeuws en lijken allemaal op een grote puist doodat er een hele hoop kleine huisjes op een puntige berg in het landschap gebouwd zijn. Winkeltjes vinden we achter duistere vliegengordijnen en campings zijn er nauwelijks, waardoor we ook al een aantal keer een lux bedje hebben beslapen.
Gisterenavond, twee weken laten zeiden we weer, ´nu is de reis echt een reis´, maar nu om weer andere redenen, die een beetje uitleg nodig hebben:
Omdat we kennis hebben mogen maken met de allesverstikkende Spaanse hitte en de uitdaging van fietsen in een droog en leeg landschap waren we toch wel wat aan het twijfelen geslagen over de bergen in Marokko en de lange droge kustweg in Mauritanië. Daarbij stonden de Franse kranten iedere dag vol met berichten over de politiek gespannen situatie in de Sahelregio. Al met al vonden we dat we niet de goden moesten verzoeken en dat het tijd werd voor het opstellen van een plan B.
Na enig getuur op de landkaart wisten we het; we gaan naar Kameroen en Gabon, de pareltjes van Afrika. Briljant plan, ookal zou het een beetje regentijd zijn, en was het wegennet een beetje beperkt, we zouden deze tropische wildernis wel eens even temmen. Dus hup een ticket geboekt, de fietsen achtergelaten op een camping op het platteland en op naar de ambassade in Madrid voor een visum.
En nu zijn we dus in Madrid, en een paar illusies armer maar een paar lessen rijker. Nadat we een correcte outfit bij de vertrouwde H&M hadden gescoord togen we met ticket, paspoorten, hotelbooking, lonelyplanets en goede moed naar de ambassade van Kameroen. We hadden al opgebeld en gevraagd of we als Nederlanders in Spanje een visum konden krijgen en dat zou niet echt een probleem moeten zijn, ook bij de ambassade in Nederland gaven ze visa af aan niet-Nederlanders. Maar nadat we ons verhaal aan het mannetje achter het loketje vijf keer hadden gedaan konden we hoog en laag springen, maar het visum kregen we niet. De enige optie die we hadden was om naar Nederland te vliegen, iets wat echt enorm tegen ons gevoel inging en bovendien ook nog enorm duur was, of de paspoorten opsturen voor een stempelje, maar dan zouden we, net zoals veel Afrikanen in Spanje, ´sans papier´ zijn, en dat leek ons toch niet echt een goed idee. De conclusie was dus dat we in het kantoor van de ambassade al tegen een harde landsgrens aanliepen nog voor we ook maar een landsgrens van Afrika gezien hadden, al was deze grens misschien vooral het resultaat van de Kameroenese bureacratie waar we door de lonelyplanet al voor gewaarschuwd waren. Balen, wast of money voor het annuleren van ons ticket. Maar wel leerzaam; ookal maak je plannen voor je reis, er zijn zoveel verschillende factoren die je route doen veranderen. En ookal wil je vanalles, niet alles is realiseerbaar, ookal zijn we jong, hebben we geld en komen we uit de EU. Transit in Madrid, we weten nu ook een beetje hoe vervreemdend dat voelt.
Maar het ontwikkelingsplatform stond natuurlijk niet lang stil en laat zich niet zomaar uit het veld slaan, dus na wat goedkope wijn hebben we gisteravond plan C bedacht. En nu, in het internetcafé hebben we maar weer een ticket geboekt, op hoop van zegen, en dit keer naar Tanzania, ook mooi, geen regentijd, veel meer wegen en slaapgelegenheden en eten, veel minder duur dan Gabon, veel minder gevaarlijke junglebeesten en slangen, wel leeuwen, en wat misschien het allerbelangrijkste is, visum te koop bij aankomst op het vliegveld.
Dus dadelijk de hard gezochtte lonelyplanets maar weer omruilen, de fietsen weer ophalen bij de camping in Cuenca, terug naar Madrid, en dan de 13e in het vliegtuig op naar Amsterdam (grapje, alleen voor een uurtje dus jullie mogen komen zwaaien), en op naar Tanzania!
vrijdag 20 mei 2011
Bergen, vosjes en enge mannen.
Langs het kanaal, tja ergens nog in België
For my manhood...
De eerste lekke band, Joris fiets, geplakt door...
De eerste echte berg, best wel even zwaar.
De gitaar wordt veel gebruikt bij chill-momenten, en deze foto komt op de cdhoes.
Mooi hè, op weg naar het Massief Central en Le Puy.
De pelgrimskamer.
Liefde!
Het dal van Buèges, gelukkig waren we hier weer boven, en had Joris een colaatje.
Lieve mensen,
Het is weer tijd voor een verhaaltje.
Allereerst zal ik even vertellen waar we zijn, want dat was de vorige keer geloof ik niet helemaal duidelijk.
Nu, we zijn praktisch aan de kust, bij Beziers, als het goed is kunnen we vanmiddag de golven aantikken.
En dat betekent ook dat we gelukkig weer flink aan het fietsen zijn, de knie is wonder boven wonder weer heel, gelukkig. En laat het knietje nu tegen alle adviezen in door het beklimmen van de bergen zijn evenwicht weer gevonden hebben.
En wat een bergen hebben we beklommen! Als slakken kruipen we uur na uur in de brandende zon uit dalen omhoog, om er daarna weer met een ongelooflijke vaart uit te sjezen. Maar de uitzichten die we hebben zijn ongelooflijk schitterend, en nooit zo mooi op een foto vast te leggen, helaas!
We zien veel slangen, de meeste gelukkig plat en dus dood, maar tijdens de klimmetjes zien we ook levende wegschieten. Met sandalen aan ben ik altijd een beetje bang dat er nog eens een in de teentjes hapt. En we zagen ook een das, een marter, molletjes, allemaal dood.
We zien ook levende dieren. Enkele dagen geleden kwamen we op een bio-camping aan, schitterend rustig en groen. Na het inchecken bleek er nog wel een kleine 'maar' te zijn, namelijk dat er een vosje rondliep, en die hield zo van schoenen, dat hij deze 's nachts bij de tenten weghaalde.
Na het installeren van ons tentje helemaal in een stille uithoek van de camping, en een duik in de rivier komen we aan bij ons onderkomen en warempel; zowel de slaapzak als allebei onze schoenen zijn meters over het gras versleept! De vos is dus al in de buurt.
Dan komt er een man in een auto onze richting ingereden. Hij zegt dat ie net bij de receptie is geweest (die al gesloten is), en dat hij zich wil installeren, maar is vergeten waar het sanitair is. Wanneer Joris het aan hem uit wil gaan leggen, excuseert hij zich en rijdt gauw weg, de camping af. Dat vinden we echt enorm gefreacked en we zitten onszelf lekker bang te maken. Als na een rondje camping blijkt dat hij niet eens op de camping is gaan staan, besluiten we in het donker onze tent op te pakken en naar een bewoonder stuk camping te verslepen. Wanneer we als laatst teruglopen om de tent op te halen, loopt ie daar opeens, de vos! Wat te gek, en hij is helemaal niet bang voor ons, we kunnen hem zelfs praktisch aaien, al leek dat niet zo'n goed plan gezien tamme wilde dieren soms aan hondsdolheid leiden.
De rest van de nacht spookt de vos rond de tent en de man in ons hoofd, en slapen we beroerd, maar het is wel weer een avontuur.
We hebben ook nog een korte ervaring gehad met het pelgrimsschap op onze weg naar Le Puy, een pelgrimsstad. De dag dat we naar deze stad fietsten was de enige dag tot nu toe met slecht weer. Het leek ons dus wel lekker om in plaats van een natte camping een gite op te zoeken. Nu is het centrum van Le Puy heel oud, zijn de straatjes heel nauw en stijl en van vulkaansteen. Dat betekende dus dat we onze fietsen al een uur stijl straatje op, stijl straatje af aan het duwen waren, en er sprake was van een total work out, op zoek naar dat ene goedkope hostel. Helaas hostel al vol met pelgrims, maar er zou er nog één zijn, die zelfs gratis was. Nu hadden de alarmbellen moeten gaan rinkelen, maar we vonden dat gratis op dat moment wel lekker klinken. Aangekomen bij de poort van het hostel staan er al een heel dozijn pelgrims te wachten, gelukkig mogen we juist naar binnen. We worden ontvangen door een heel stel liefdadigheidsmedewerkers die klaarstaan om al onwe bagage te behandelen met anti-punaisespray. Voor wie de vertaling wil hebben; antivlooien. Geen ontkomen aan, en alles wordt ingespoten voordat we de slaapzaal betreden. Gelukkig dat we vroeg zijn, want daardoor krijgen we bedjes toegewezen in een soort van kostschoolzaal, een zaal met allemaal hokjes met een bed en een bureautje, stoel, bloemetjesbehang en dito wollen deken. De andere optie was de grote slaapzaal zonder hokjes. Dat was dus apart slapen die nacht, met de handjes boven de deken en om negen uur het licht uit. Het leven van een pelgrim gaat niet over rozen. En toen we bij het krieken van de dag godvergeten oord verlieten keek menigeen met een jaloerse blik naar onze fietsen!
We fietsen dus nog even door, hopelijk zijn we met een paar dagen in Spanje. Dan vast weer meer!
Oja, bij het vorige bericht konden er geen reacties worden geplaatst, we snappen niet helemaal waarom niet, maar nu kan het na het wat klooien aan de instellingen wel gelukkig!
Liefs Joris en Joëlle
For my manhood...
De eerste lekke band, Joris fiets, geplakt door...
De eerste echte berg, best wel even zwaar.
De gitaar wordt veel gebruikt bij chill-momenten, en deze foto komt op de cdhoes.
Mooi hè, op weg naar het Massief Central en Le Puy.
De pelgrimskamer.
Liefde!
Het dal van Buèges, gelukkig waren we hier weer boven, en had Joris een colaatje.
Lieve mensen,
Het is weer tijd voor een verhaaltje.
Allereerst zal ik even vertellen waar we zijn, want dat was de vorige keer geloof ik niet helemaal duidelijk.
Nu, we zijn praktisch aan de kust, bij Beziers, als het goed is kunnen we vanmiddag de golven aantikken.
En dat betekent ook dat we gelukkig weer flink aan het fietsen zijn, de knie is wonder boven wonder weer heel, gelukkig. En laat het knietje nu tegen alle adviezen in door het beklimmen van de bergen zijn evenwicht weer gevonden hebben.
En wat een bergen hebben we beklommen! Als slakken kruipen we uur na uur in de brandende zon uit dalen omhoog, om er daarna weer met een ongelooflijke vaart uit te sjezen. Maar de uitzichten die we hebben zijn ongelooflijk schitterend, en nooit zo mooi op een foto vast te leggen, helaas!
We zien veel slangen, de meeste gelukkig plat en dus dood, maar tijdens de klimmetjes zien we ook levende wegschieten. Met sandalen aan ben ik altijd een beetje bang dat er nog eens een in de teentjes hapt. En we zagen ook een das, een marter, molletjes, allemaal dood.
We zien ook levende dieren. Enkele dagen geleden kwamen we op een bio-camping aan, schitterend rustig en groen. Na het inchecken bleek er nog wel een kleine 'maar' te zijn, namelijk dat er een vosje rondliep, en die hield zo van schoenen, dat hij deze 's nachts bij de tenten weghaalde.
Na het installeren van ons tentje helemaal in een stille uithoek van de camping, en een duik in de rivier komen we aan bij ons onderkomen en warempel; zowel de slaapzak als allebei onze schoenen zijn meters over het gras versleept! De vos is dus al in de buurt.
Dan komt er een man in een auto onze richting ingereden. Hij zegt dat ie net bij de receptie is geweest (die al gesloten is), en dat hij zich wil installeren, maar is vergeten waar het sanitair is. Wanneer Joris het aan hem uit wil gaan leggen, excuseert hij zich en rijdt gauw weg, de camping af. Dat vinden we echt enorm gefreacked en we zitten onszelf lekker bang te maken. Als na een rondje camping blijkt dat hij niet eens op de camping is gaan staan, besluiten we in het donker onze tent op te pakken en naar een bewoonder stuk camping te verslepen. Wanneer we als laatst teruglopen om de tent op te halen, loopt ie daar opeens, de vos! Wat te gek, en hij is helemaal niet bang voor ons, we kunnen hem zelfs praktisch aaien, al leek dat niet zo'n goed plan gezien tamme wilde dieren soms aan hondsdolheid leiden.
De rest van de nacht spookt de vos rond de tent en de man in ons hoofd, en slapen we beroerd, maar het is wel weer een avontuur.
We hebben ook nog een korte ervaring gehad met het pelgrimsschap op onze weg naar Le Puy, een pelgrimsstad. De dag dat we naar deze stad fietsten was de enige dag tot nu toe met slecht weer. Het leek ons dus wel lekker om in plaats van een natte camping een gite op te zoeken. Nu is het centrum van Le Puy heel oud, zijn de straatjes heel nauw en stijl en van vulkaansteen. Dat betekende dus dat we onze fietsen al een uur stijl straatje op, stijl straatje af aan het duwen waren, en er sprake was van een total work out, op zoek naar dat ene goedkope hostel. Helaas hostel al vol met pelgrims, maar er zou er nog één zijn, die zelfs gratis was. Nu hadden de alarmbellen moeten gaan rinkelen, maar we vonden dat gratis op dat moment wel lekker klinken. Aangekomen bij de poort van het hostel staan er al een heel dozijn pelgrims te wachten, gelukkig mogen we juist naar binnen. We worden ontvangen door een heel stel liefdadigheidsmedewerkers die klaarstaan om al onwe bagage te behandelen met anti-punaisespray. Voor wie de vertaling wil hebben; antivlooien. Geen ontkomen aan, en alles wordt ingespoten voordat we de slaapzaal betreden. Gelukkig dat we vroeg zijn, want daardoor krijgen we bedjes toegewezen in een soort van kostschoolzaal, een zaal met allemaal hokjes met een bed en een bureautje, stoel, bloemetjesbehang en dito wollen deken. De andere optie was de grote slaapzaal zonder hokjes. Dat was dus apart slapen die nacht, met de handjes boven de deken en om negen uur het licht uit. Het leven van een pelgrim gaat niet over rozen. En toen we bij het krieken van de dag godvergeten oord verlieten keek menigeen met een jaloerse blik naar onze fietsen!
We fietsen dus nog even door, hopelijk zijn we met een paar dagen in Spanje. Dan vast weer meer!
Oja, bij het vorige bericht konden er geen reacties worden geplaatst, we snappen niet helemaal waarom niet, maar nu kan het na het wat klooien aan de instellingen wel gelukkig!
Liefs Joris en Joëlle
zondag 8 mei 2011
Over heksen, knieën en koekkoeksklokken.
Lieve allemaal,
Internetcafé's, het is een uitstervend ras.
Alhoewel de wereld 'kleiner' is geworden dankzij het grote netwerk, moet je tegenwoordig als reiziger je eigen 'point de connection' met je meezeulen om de wereld thuis als dichtbij te ervaren. Omdat we heel bewust eigenlijk even echt ver weg wilden zijn hebben we geen wifi-wapen en zitten we nu in Cluny, midden Frankrijk, in een aardig hotelletje, achter een ouderwetse ordinateur met Frans toetsenbord, waardoor typen weer aanvoelt als typen.
En het gaat goed met ons, we zijn bruin, sterk, en blond aan het worden. De zon werkt dan ook goed mee. Al werden we afgelopen week ook een keer wakker met ijs aan de binnenkant van de tent, het smaakte gelukkig naar aardbeitjes. We fietsen met de boekjes van Benjaminse over stille plattelandsweggetjes, over de jaagpaden langs het lege kanaal van de Soane, we zien veel: 'kijk Joor, een 'roof'!, en koeien, maar dan wit. En heel gek; maar overal in Frankrijk hebben ze koekkoeksklokken in de bomen verstopt, meestal meer dan één, zodat je nooit echt goed kan horen hoe laat het is.
We hebben al één leuk verhaal, en dat is het verhaal van de dag dat we drie campings aandeden, die allemaal nog gesloten waren. We fietsen vroeg in de avond weer eens langs een lang kanaal in midden Frankrijk, waar nog minder mensen wonen per m2 dan in noord-Zweden, en zagen daar een schattig huis met oude man. Joris trok zijn stoute schoenen aan en vroeg of de man een plekje voor onze tent wist. Met een ruim gebaar wees de man naar zijn tuin. Nou dat aanbod namen ze gretig aan. Nog voordat de tent stond, stond er een fles wijn op tafel. We hebben het franse eet-ritme nog niet overgenomen en moesten ook nog koken. Pas de probleme! Bij het binnengaan van het huisje stapte je ook direct in de wondere wereld van een Frans boerderijtje anno 1880. Houten balken, groene kozijnen, kacheltje, schapenvelletje, grote stapels kranten, honderde potjes en pannen, spinnewebben waar je maar kon kijken en natuurlijk wijn, brood en kaas. Maar er was werk aan de winkel, dus hup, Joor achter het fornuis, Joëlle achter de afwas, waarbij meteen de gootsteen wijn eerste poetsbeurt in 30 jaar kreeg. Samen met onze professeur hebben we toen heerlijk gegeten en gepraat over het leven in Frankrijk en Mali, tja, of we daar naar toe zouden moeten gaan, hij was er heel duidelijk over, ga maar naae Tunesië, dat is veel veiliger!
We hebben ook een heks gezien, moet je voorstellen; je wordt, na een barre fietstocht, bij aankomst op een camping vriendelijk ontvangen met een gratis koud blikje bier. Maar voordat je in de gaten hebt wat er gebeurd, zit je in de val.. drie uur lang zit je met drie fotoboeken op je schoot vol met ansichtkaarten en bedankbriefjes verstuurd door behekste campinggasten, en met een compres op je knie, terwijl je voelt dat koelen écht geen goed idee is..
Tja, de linkerknie van Joëlle, die heeft een klein smetje. En het ging zo voortvarend de eerste drie dagen, totdat er iets vreselijk pijn ging doen in het complexe gewricht. De dokter wist het meteen te vertellen; de miniscus. Het devies; rust en heel veel ibuprofen. Telefonisch consult met fysio Ruud gaf welliswaar een andere uitslag; 'knieën zijn zo ingewikkeld, daar kun je alleen met een goede test iets over zeggen', maar het advies was nagenoeg hetzelfde: 'fiets alleen berg af, met wind mee en slik heel veel ibuprofen'. En nu gaan we dus niet zo ver iedere dag, alleen berg af dus.. al beginnen we morgen aan de beklimming van het massief central.
Wens ons succes!
Veel liefs, Joris en Joëlle
Internetcafé's, het is een uitstervend ras.
Alhoewel de wereld 'kleiner' is geworden dankzij het grote netwerk, moet je tegenwoordig als reiziger je eigen 'point de connection' met je meezeulen om de wereld thuis als dichtbij te ervaren. Omdat we heel bewust eigenlijk even echt ver weg wilden zijn hebben we geen wifi-wapen en zitten we nu in Cluny, midden Frankrijk, in een aardig hotelletje, achter een ouderwetse ordinateur met Frans toetsenbord, waardoor typen weer aanvoelt als typen.
En het gaat goed met ons, we zijn bruin, sterk, en blond aan het worden. De zon werkt dan ook goed mee. Al werden we afgelopen week ook een keer wakker met ijs aan de binnenkant van de tent, het smaakte gelukkig naar aardbeitjes. We fietsen met de boekjes van Benjaminse over stille plattelandsweggetjes, over de jaagpaden langs het lege kanaal van de Soane, we zien veel: 'kijk Joor, een 'roof'!, en koeien, maar dan wit. En heel gek; maar overal in Frankrijk hebben ze koekkoeksklokken in de bomen verstopt, meestal meer dan één, zodat je nooit echt goed kan horen hoe laat het is.
We hebben al één leuk verhaal, en dat is het verhaal van de dag dat we drie campings aandeden, die allemaal nog gesloten waren. We fietsen vroeg in de avond weer eens langs een lang kanaal in midden Frankrijk, waar nog minder mensen wonen per m2 dan in noord-Zweden, en zagen daar een schattig huis met oude man. Joris trok zijn stoute schoenen aan en vroeg of de man een plekje voor onze tent wist. Met een ruim gebaar wees de man naar zijn tuin. Nou dat aanbod namen ze gretig aan. Nog voordat de tent stond, stond er een fles wijn op tafel. We hebben het franse eet-ritme nog niet overgenomen en moesten ook nog koken. Pas de probleme! Bij het binnengaan van het huisje stapte je ook direct in de wondere wereld van een Frans boerderijtje anno 1880. Houten balken, groene kozijnen, kacheltje, schapenvelletje, grote stapels kranten, honderde potjes en pannen, spinnewebben waar je maar kon kijken en natuurlijk wijn, brood en kaas. Maar er was werk aan de winkel, dus hup, Joor achter het fornuis, Joëlle achter de afwas, waarbij meteen de gootsteen wijn eerste poetsbeurt in 30 jaar kreeg. Samen met onze professeur hebben we toen heerlijk gegeten en gepraat over het leven in Frankrijk en Mali, tja, of we daar naar toe zouden moeten gaan, hij was er heel duidelijk over, ga maar naae Tunesië, dat is veel veiliger!
We hebben ook een heks gezien, moet je voorstellen; je wordt, na een barre fietstocht, bij aankomst op een camping vriendelijk ontvangen met een gratis koud blikje bier. Maar voordat je in de gaten hebt wat er gebeurd, zit je in de val.. drie uur lang zit je met drie fotoboeken op je schoot vol met ansichtkaarten en bedankbriefjes verstuurd door behekste campinggasten, en met een compres op je knie, terwijl je voelt dat koelen écht geen goed idee is..
Tja, de linkerknie van Joëlle, die heeft een klein smetje. En het ging zo voortvarend de eerste drie dagen, totdat er iets vreselijk pijn ging doen in het complexe gewricht. De dokter wist het meteen te vertellen; de miniscus. Het devies; rust en heel veel ibuprofen. Telefonisch consult met fysio Ruud gaf welliswaar een andere uitslag; 'knieën zijn zo ingewikkeld, daar kun je alleen met een goede test iets over zeggen', maar het advies was nagenoeg hetzelfde: 'fiets alleen berg af, met wind mee en slik heel veel ibuprofen'. En nu gaan we dus niet zo ver iedere dag, alleen berg af dus.. al beginnen we morgen aan de beklimming van het massief central.
Wens ons succes!
Veel liefs, Joris en Joëlle
Abonneren op:
Posts (Atom)








