zaterdag 23 juli 2011

Verkeerslessen, lifti's en stuiterwegen

He lieve mensen,
We dachten dat elke maand in ieder geval een verhaal wel een mooi streven zou zijn. Maar pfoe, wat te vertellen, en waar te beginnen, het is een lastig karwei. Zo hebben we een prachtroute gevolgd naar de stad Iringa. Om deze stad te bereiken moesten we een stukje liften, omdat de route dwars door een nationaal park liep. De verkeerspolitie langs de weg vond het toch niet zo'n heel goed idee dat we met onze fietsjes langs de leeuwen en olifanten zouden kachelen en hield ons staande. Een probleem? Welnee, de twee agenten hielden gewoon elke auto aan die in ieder geval twee personen en twee fietsen kon dragen. En zo werden we bovenop een open pepsi truck gegooid met honderden lege kratten, een rek om je vast te houden, en vier andere passagiers. Het was leuk om te zien dat de Tanzaniaanse jongens op de truck net zo verrukt waren om de olifanten, impala's, giraffen etc. te zien als de twee "wazungu's". Natuurlijk stapten we direct na het park weer braaf op onze fietsen.

Het fietsen gaat overigens erg goed langs de hoofdwegen. Al moeten we wel de ongeschreven verkeerregels goed in acht nemen. Deze zijn:

- Als een auto/bus/vrachtwagen van achteren heel hard claxoneert is er eigenlijk weinig aan de hand. Het is vaak een aardig bedoelde begroeting. Niets meer, niets minder.

- Als een auto/bus/vrachtwagen van achteren nog harder claxoneert kun je maar beter opzij gaan (hou 'm links!), want dat betekent dat hij je rakelings voorbij zal zoefen.

- Als een auto/bus/vrachtwagen van voren komt en op jouw weghelft rijdt en claxoneert, kun je maar beter in de berm gaan rijden en in je eigen taal een vloek uitroepen.

- Als je een harde kinderstem hoort die WAZUNGU!!! uitschreeuwt, lach dan vriendelijk in de richting van die kreet, dat is beleefd. Overigens kan Joelle deze kreten wonderbaarlijk goed imiteren (vraag 't maar eens als we terug zijn).


- Verder op kruispunten en afslagen hebben grote bussen voorrang op dala dala's, (propvolle minubusjes)  dala dala's weer op auto's, auto's op fietsers, en fietsers weer op voetgangers. Helder toch?


Kortom de hoofdwegen zijn prima te befietsen! Helaas, zijn er maar grofweg twee hoofdwegen in dit prachtland. Eentje dwars in zuid-westelijke richting, de ander in noordelijke richting Arusha en Kenya. Om de centraal gelegen hoofdstad (Dodoma) te bereiken moesten we weer gaan hobbelen op een rough road. Zeg maar stuiteren, wat de keien op de weg zijn niet te missen. Om deze reden gaat bergop rijden dan ook vaak sneller dan bergaf. Reden genoeg voor ons om weer om een lift te vragen - en dat hebben we geweten. De ene keer belandden we op een truck met kei harde planken. We hebben ervaren dat de combinatie: zadelpijn + harde planken + stuiterweg niet echt ideaal is. De andere lift daarentegen zaten we heel comfortabel in een vodacom auto, met een pracht-vent: Jonathan. Hij moest nog wel even langs een telefoonmast boven op de hoogste berg van de omgeving, maar we konden mee! Uiteindelijk leverde dit een prachtuitzicht op, een gezellige avond met te veel bier, en natuurlijk een familiebezoek.

En tja, dit is dan slechts een schijntje van wat we hier allemaal meemaken. De verhalen over baba's, ochtendansjes, rare gidsen, busmaatschappijen, overland campings, bewolkte bergen, stroomvoorzieningen, veeartsen, stofwolken, uilen en masaai herders vertellen we graag een andere keer!

Kwaheri!

Joor & Joel

zondag 3 juli 2011

We hadden het niet verwacht!

Tanzania, ja, we hadden het niet verwacht, dat we toen we het vliegtuig uitstapten meteen klam zouden worden van de vochtigheid. En dat we de fietsen in de doos op het dak van een personenauto, door de raampjes vast moesten houden op weg naar het hotel. Waar Joelle al meteen het sifon van het fonteintje sloopte. En ook niet dat ze hier geen wc-papier gebruiken, en het dus ook nergens te koop is, en we nu heel vaardig met water zijn geworden. En bij wijze van douche gebruiken we meestal een emmertje slootwater. Wat een avontuur!

De dag na aankomst sprongen we meteen op de fiets. In het vliegtuig hadden we met de kaart in de hand besloten eerst naar het dunbevolkte zuiden van Tanzania te gaan, want dat is zo lekker 'puur'. En zo was het! Vanaf het vliegveld waren we de stad zo uit, en binnen 30 kilometer zaten we in wat je noemt het 'echte' Afrika. Zo aan de kust werd het landschap bepaald door tropisch woud, en de apen huppelden dan ook lustig over de weg. Zo nu en dan passeerden we wat dorpjes, bestaande uit een handjevol lemen hutten en heel veel kleurige mensen.

Gelukkig zijn we ook nergens de enige fietsers op de weg, sterker nog, bijna iedereen die het zich kan perrimiteren heeft een degelijke fiets! Maar dat maakt ons niet minder een bezienswaardigheid. De reacties varieren van meestal erg vriendelijk groeten; Yambo! (Hallo!) Mambo? (Hoe gaat het?) Poa! (Dit betekent letterlijk ' fris', dus goed), maar soms worden we ook heel hard uitgelachen, tja, en dat snappen we wel, want wie fietst er nu voor de lol kilometers over stoffige wegen.

Slapen doen we vooral in guestihouses  (bed, meestal een klamboe, emmer water, gat in de grond), wat vaak leuke ontmoetingen betekent, zeker wanneer we mensen tegenkomen die wat engels spreken (de officiele taal is Kiswahili, en dat spreken we nog even niet). Wat (vooral Joris) niet had verwacht was dat er in de dorpjes ook niet veel meer te eten was dan cassave, rijst met bonen, maismeel met bonen en pannenkoekachtigedeegdingen met bonen en ei. En als reactie daarop moet Joelle regelmatig het verlangen naar het hele scala aan luxe voedingsmiddelen rigoreus de grond in boren; deze mensen zijn pas echt zielig, die eten nooit iets anders!
Kortom, de eerste dagen fietsen waren meteen een diepe duik in het echte afrikaanse dorpsleven, wat wel even wennen was, maar vooral ontzettend bijzonder.

We hadden het niet verwacht, maar gelukkig hebben we ook al hele spannende dingen meegemaakt tijdens ons avontuur: Op weg naar het dunbevolkte zuiden werd de ongeasfalteerde weg op de kaart een track van 60 km. Maar omdat iedereen die we vertelden dat we via die weg naar het zuiden wilden fietsen gewoon begrijpelijk reageerde, dachten we dat deze track dus best fiets-geschikt zou zijn. En wie weet was ie dat ook wel voor hele dappere doorgewinterde fietsafrikanen.. De track begon al goed met een heel smal pad en een hoop los zand, waardoor we om de zoveel meter van de fiets moesten stappen en de fiets door het zand moesten duwen. Na een kilometer of vijf op de track-weg was er geen mens meer te bekennen, behalve twee fietsende jongens die het duidelijk leuk vonden om ons te vergezellen. Gevieren fietsen we zo een heel stuk door de bush, terwijl het pad steeds onbegaanbaarder werd met een hoop zijwegen en shortcuts die zij op hun duimpje bleken te kennen. Na een tijdje zwoegen kwamen we bij een kruising, de jongen wezen; alsmaar rechtedoor, en sloegen af... Joris en ik keken elkaar aan, keken om ons heen, zagen alleen maar bomen, zijwegen, zand en dachten aan de weg terug die we al niet meer zouden kunnen vinden en dachten aan de komende 50 km en begonnen alsof ons leven ervan afhing te schreeuwen en het pad van de twee jongens in te fietsen. Zo ontzettend gelukkig hoorden ze ons en draaiden om. Toen moesten we in ons beste hand en voetenwerk uit zien te leggen dat we nooit van ons leven de weg zouden kunnen vinden en dat we ze gouden bergen zouden betalen als ze ons over de trail naar het eerste dorp 50 km verder zouden loodsen. Met het woord 'escorti' was alles duidelijk en de deal gemaakt, we kregen godzijdank hulp! Een hele lange bange dag volgde, waarin we de fietsen meer duwend dat wat anders door het mulle zandpadje moesten zien te loodsen, over olifantenpoep, leeuwensporen, met veel te weinig water en voedsel voor vier personen en met de gemene en gevaarlijke tsee-steevliegen almaar stekend in ons achterwerk! Tegen de schemering bereikten we het dorp en vonden we een schitterend kamp aan de rivier waar we ons tentje op konden zetten. De jongens hebben we enorm bedankt, en ook zij zijn blij naar huis gefietst, ik wil het niet weten maar volgens mij diezelfde avond nog.

De volgende dag moesten we nog een klein stukje fiets-duwen naar Mloke, waar we aan het de poort van het grootste gamereserve van afrika zouden komen; Selous Park, met de afmetingen van Zwitserland. Daar hebben we drie dagen als god in Afrika geslapen, lol gemaakt met de liefste manager van het land, geschaakt, gegeten, nijlpaarden, apen, slagen en krokodillen gespot (dat allemaal zonder het park in te gaan want dat vonden we bij nader inzien een beetje te duur). En we zijn 's nachts ook nog even bezocht door een mamaolifant en baby, die gezellig langs het kamp kwamen lopen.

Na ons avontuur hebben we besloten om geen trails meer te fietsen, sterker nog, we doen nu alleen nog maar de hoofdwegen. Dat betekende dus ook dat we eerst weer terug naar Dar es Salaam moesten voor poging twee over de hoofdweg.

We hadden het niet verwacht, maar we waren net weer een paar dagen lekker aan het fietsen over de hoofdweg, lekker snel, lekker asfalt, toen Joris 's nachts in ons tentje langs de weg (wegrestaurant Park & Rest, we hadden het al kunnen weten...) opeens heel hoge koorts kreeg. Toen we dit 's morgens aan de baas vertelden leek het hem wel een goed idee om bij de apotheek even te testen of het misschien malaria zou zijn. En, terwijl we er redelijk van overtuigd waren dat het ofwel de bijwerkingen van de anti-tabletten zou zijn, of anders wel een buikparasiet, was het raak; twee malariaparasieten in een duppel vingerbloed. Enorm balen, want nu was de zieke Joor zielig, en voor zeker zes dagen ziek en gevloerd, en nu is ie ook nog eens erg mager!

Gelukkig fietsen we nu weer, vandaag zelfs weer 50 kilometer en dat is voor onze geplande route meer dan de minimaal vereiste 40 kilometer daggemiddelde. We zijn nu in een stadje genaamd Morogorro (waar internet is!), en kijken tegen een erg Zwitsers aandoende berg aan. Kortom het is hier mooi, en we genieten.

We hadden het niet verwacht. Dat Tanzania in sommige gebieden zo ontzettend ruraal zou zijn, of misschien moet je wel onontwikkeld zeggen, we hadden niet verwacht dat kleine wegen op de kaart zo onbegaanbaar zouden zijn, we hadden niet verwacht dat de mensen zo ontzettend gastvrij en lief zouden zijn, en we hadden niet verwacht dat een van ons al zo snel ziek zou worden. Je kunt al deze dingen van te voren wel bedenken, en sommige dingen hadden we ook al wel bedacht, ergens in ons achterhoofd, maar dan nog, als je het allemaal al weet, hoef je niet op reis, op de fiets door een heel groot en vreemd land. Dat hadden we wel bedacht!

We fietsen hier nog even door en denken aan al het goede thuis!

Liefs van Joris en Joelle